De Tweede Wereldoorlog is voorbij. Duitsland heeft zich overgegeven. De geallieerde legers hebben Nederland bevrijd. Na de Bevrijding keren tienduizenden krijgsgevangenen van de Duitsers terug naar ons land. Net als arbeiders die vaak jarenlang hebben moeten werken in Duitse fabrieken. De gelukkigen onder hen worden door familieleden opgehaald. Maar de terugkeer is niet altijd een vrolijk weerzien. Huizen zijn vaak verwoest door bombardementen en gevechten, en de bewoners gevlucht. Duizenden mensen, zijn alles kwijt, hun familie, hun huis, alles. Ze proberen in de chaos nog wat terug te vinden.
En dan zijn er nog de 107 duizend joden die uit Nederland zijn weggevoerd door de nazi’s. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat zij in concentratiekampen zijn terechtgekomen. Speciaal ingericht om zo veel mogelijk mensen te doden. Opa's en oma's, ooms en tantes, vaders, moeders, broers, zussen... allemaal zijn ze vermoord. Bijna niemand overleeft de kampen. Er keren maar 5500 joden terug naar Nederland. David is één van hen.