O, ik ben helemaal te laat. Ha ha. Laten we het eens over tijd hebben. Het is een slecht bruggetje, maar hoe werkt tijd en hoe werkt een klok? Als je een oude Egyptenaar bent of een Babylonier, waar kijk je dan op? Die deden iets heel slims. Die stopten gewoon een stok zo de grond in. Je ziet dat de stok een schaduw maakt over de grond. Dit is eigenlijk een zonnewijzer. Omdat de aarde ronddraait... lijkt het alsof de zon zo over de horizon gaat. En elke dag maakt hij ongeveer dezelfde beweging. En dus beweegt die schaduw elke dag zo... woep... over de grond. Als je een keer bijhoudt... hoe laat het is: het is nu 13.30 uur. En dan wacht je een half uur en dan zie je dat hij doorgeschoven is. Dan is het 14.00 uur. Een half uur geleden stond hij op 13.00 uur. Hij beweegt langzaam maar zeker. Hoe wisten de Babyloniers en Egyptenaren dan wat een uur was? Zij pakten gewoon een dag en deelden dat op in twee helften van 12 uur per stuk. Dat is makkelijk, want 12 kun je delen door 6, door 2, door 4, door 3, door 1, door 12... Dus lekker veel delen. En zo bepaalden ze uiteindelijk dat een dag uit 24 uur zou bestaan. Zonnewijzers werken te gek als er zon is. Als het nacht is of bewolkt is, dan werken zonnewijzers natuurlijk niet. Dus mensen gingen nadenken over: hoe kunnen ze nou ook op dat soort momenten nog tijd bijhouden? En op een gegeven moment bedachten ze zandlopers. En waterlopers. Je kunt het zand ook vervangen door water. Wat je ziet is dat na een bepaalde tijd al het zand beneden is. Dan draai je hem weer om. Zo weet je dat er bijvoorbeeld in dit geval elke keer vijf minuten voorbij zijn. Maar dat is ook niet ideaal. Want dan moet je dat de hele tijd elke vijf minuten omdraaien. Toen dachten ze: oke. Eigenlijk moeten we iets hebben dat om de zoveel tijd tikt of klaar is. En wijzers die bijhouden hoe vaak het tikt. Toen dacht men... aan het slingeruurwerk. Om de zoveel tijd tikt die slinger heen en weer. En daarboven zitten wijzers die bijhouden... hoe vaak het ding getikt heeft. Dat is eigenlijk een klok. De slingerklok was een doorslaand succes. En een Nederlands succes. Want Christiaan Huygens had hem uitgevonden. Maar er was EEN plek waar die niet zo goed werkte waar die wel nodig was: Op zee hadden ze goede klokken nodig voor navigatie. Je kunt je voorstellen als je schip dit doet... dan doet een slinger het niet zo goed. Die raakt helemaal van slag. Dus ze dachten: weg met de slingerklok. En ze dachten op een gegeven moment: Wat nou als we met een soort veertje in een horloge... iets de hele tijd laten ronddraaien... dat tikt en dat tel ik. Maar toen mensen betere en betere klokken nodig hadden... steeds nauwkeurigere klokken, dachten ze: Wat nou als we iets vaker dan EEN keer per seconde laten tikken? Wat nou als we iets 1000 keer per seconde laten tikken. Dan kun je op een duizendste seconde nauwkeurig de tijd bijhouden. Ze gingen kijken naar bijvoorbeeld dingen die zelf trillen. Dit is een stemvork. GELUID STEMVORK. Die stemvork trilt erg snel op en neer. Afhankelijk hoe groot of klein je die stemvork maakt, des te vaker die trilt. In de jaren 20 van de vorige eeuw bedachten ze een kwartshorloge. Daar zit letterlijk een stukje kwarts in. Dit prachtige mineraal. Als je dat op een bepaalde manier slijpt en in trilling brengt... dan trilt dat meer dan 30.000 keer per seconde. Dan kun je nauwkeurig de tijd bijhouden. De meest nauwkeurige klokken die je nu hebt, zijn de atoomklokken. Ze sturen af en toe met de radio een signaaltje naar deze klok om te vertellen hoe laat het is. Dus deze loopt nooit achter. Je hebt dus nooit meer een excuus om te laat te komen. Nou ja. Hoe ingewikkeld de klok tegenwoordig ook is... hij werkt nog altijd op hetzelfde principe als de eerste klok. Er is iets wat trilt. En er is iets wat bijhoudt hoe vaak dat trillen gebeurt. En in een atoomklok zijn dat trillende cesiumatoompjes. Ik kan het ook niet helpen, maar het is een stuk nauwkeuriger. Meer dan 9 miljard tikken per seconde. Wauw!