Christoph is op het station van Dusseldorf. Er arriveert een heel speciale trein. Veel vrijwilligers staan klaar om te helpen. In de trein zitten vluchtelingen. Mensen die zijn ontsnapt aan oorlog en armoede. Ze zijn allemaal net aangekomen in Duitsland. Ze hebben een lange reis achter de rug. Eerst gaan ze naar een kamp waar ze wonen in tenten. Wij willen een familie ontmoeten die net is aangekomen en in Duitsland wil blijven. De familie Al-Abdulla is gevlucht uit Syrië. Dit is de vader. Dit is de jongste dochter, Tiba. Ze kunnen zichzelf al voorstellen in het Duits. Hallo. Ik ben Elif en ik ben dertien jaar oud. Hallo. Ik ben Jehad en ik ben elf jaar oud. Hallo. Ik ben Tiba en ik ben negen jaar oud. Ik heet Mohammed. Mijn naam is Rania en dit is mijn zoon Ahmed. Ahmed kan nog niet praten. Tiba’s kleine broertje Mohammed spreekt ook nog niet zo goed Duits. Tiba schrijft haar naam in het Arabisch. Dan schrijf je van rechts naar links, dus precies andersom. Kun je je naam ook met ons alfabet schrijven? Ja? Onze letters zijn nog een beetje wennen voor Tiba. Schrijven van links naar rechts, en dan ook nog met andere letters. Hoe schrijf ik ook alweer een B? Ja, precies. En nu de A. Tiba. Kijk! Tiba kan trots zijn op zichzelf! Haar vader komt erbij zitten. Christoph vroeg waar in Syrië ze vandaan komen. Deir ez-Zor, dat ligt in het oosten van Syrie. Hij laat het zien op de kaart. Kijk, daar. In het midden van de woestijn. Aan de oevers van de rivier Eufraat. De naam van de stad betekent: Kathedraal in het groen. En zo zag het er uit voor de oorlog uitbrak. De Eufraat loopt door de stad. Een stad vol leven. Deze foto is van voor de oorlog, toen Mohammed nog heel klein was. Dit was Tiba’s laatste dag op de kleuterschool. De kinderen hadden een mooi huis en waren vaak aan het spelen. Maar toen werd het oorlog in het land. Hun huis werd verwoest. En de familie kon alleen nog wonen in een elektriciteitshuisje buiten de stad. Daar had vader als elektromonteur gewerkt. Dat huisje verspreidde elektriciteit voor de hele stad. Best gevaarlijk. Kinderen kunnen daar niet echt veilig spelen. Toch vierden ze erg zelfs verjaardagen. Kleine Ahmed werd er geboren. En opa kwam op visite. Oma’s hand was verwond, door een scherf van een bom. Vader vertelt dat hun auto werd geraakt door een raket…En in vlammen opging. Zo heeft hij brandwonden opgelopen. Zo zag zijn auto er uit na de raketaanval. Meer dan een maand lag hij in het ziekenhuis. De oorlog heeft de stad compleet verwoest. De kinderen waren niet meer veilig. En dus besloten ze uit Syrië te vertrekken. Eerst reisden ze door de woestijn naar Turkije. Op deze kaart zie je dat beter. Ze gingen naar Bodrum. Daar moesten ze drie dagen wachten op een boot die ze naar Griekenland zou brengen. Naar het eiland Kos. Ze vaarden van Turkije naar Griekenland in een klein bootje. Het was een gevaarlijke reis. Ze reisden ‘s nachts en de golven waren hoog. Ze waren opgelucht toen ze midden in de nacht aan land kwamen. En ze stuurden deze foto naar familie, om te laten zien dat het gelukt was. Vanaf daar namen ze een normale veerboot naar Athene. Maar aan de grens met Macedonië konden ze niet meer verder. Ze moesten wachten, zonder eten of drinken. En ‘s nachts hoorden ze harde knallen. Mensen wilden ze verjagen. Maar uiteindelijk gingen ze verder, lopend langs de rails, naar Servië. Ze waren doodop toen ze daar aankwamen. Hier zijn ze op het busstation van Belgrado. De Hongaarse grens zijn ze ook te voet overgestoken. Opnieuw lopend langs de rails. Toen stuurden ze weer een foto naar huis: weer een etappe van de reis afgelegd. Maar het was nog te vroeg om te juichen: in Hongarije werden ze gearresteerd. De hele familie moest de cel in omdat ze geen vingerafdrukken wilden geven. De hele familie in de cel. Ze zaten daar drie dagen, toen werden ze weer vrijgelaten. Daarna werden ze naar Boedapest gebracht. Vanaf daar reisden ze verder per auto door Slowakijke en Tsjechië naar Dresden in Duitsland. Vanaf daar namen ze de bus naar Dortmund en van Dortmund hierheen. De reis duurde twintig dagen. Per auto, per bus, per schip, per trein en te voet. Ze hebben nog geen huis, maar in ieder geval zijn ze veilig. En samen, dat is het belangrijkste.